Antependia Antependia

De liturgische kleden over de avondmaalstafel.

Sinds advent van 1988 gebruiken we in onze kerkdiensten kleden die over de avondmaalstafel hangen, ook wel antependia genaamd. De kleden zijn gemaakt door een aantal dames uit onze gemeente naar ontwerpen van mevr. Stokhof de Jong. In dit artikel vatten we nog eens samen waarom we de kleden gebruiken en wat de betekenis is van de afbeeldingen die er op zijn aangebracht.

Waarom liturgische kleden.

"De gegevens over het gebruik van liturgische kleuren geven pas vanaf de negende eeuw enig inzicht daarin. Over de tijd daarvoor weten we weinig, alhoewel het zeker is dat kleuren al voor die tijd een rol speelden bij b.v de kleding voor de priesters en de doeken voor de altaartafel. In de twaalfde eeuw kwam in de kerk van het Westen een vaste ordening voor het gebruik van liturgische kleuren die vanaf de dertiende eeuw wordt gevolgd.
In de kerken van de Reformatie werd ook wat kleur betreft grote soberheid in acht genomen. Alleen bij de viering van het Heilig Avondmaal wordt een wit kleed over de tafels gelegd waaraan de maaltijd gevierd wordt. In de twintigste eeuw komt daarin verandering. Met de ontwikkeling van de oecumenisch-protestantse eredienst groeit ook de aandacht voor de kleuren van het kerkelijk jaar. In veel reformatorische kerken komen doeken (antependia, letterlijk: voorhangsels) voor tafel, kansel en (eventueel) lezenaar. De kleuren daarvan zijn niet willekeurig, maar hebben een symbolische betekenis en sluiten aan bij de gang van het kerkelijk jaar, de feesten en het rooster van lezingen.

In menige kerk, en ook bij ons, wordt een gekleurde loper over de avondmaalstafel gebruikt om aan te geven wat het karakter is van de eredienst. Verder draagt de voorganger een stola in dezelfde kleur als het antependium.

Het is duidelijk dat b.v. de vieringen in de Stille Week: Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaswake en Paasmorgen elk een eigen karakter hebben. Dat wordt ook tot uitdrukking gebracht in de kleuren die gebruikt worden. In sommige kerken vindt in de Paaswake, de ‘overgangsviering’ tussen de Goede Vrijdag en de Paasmorgen, de wisseling van antependia plaats.
De basiskleur is wit. Wit is de kleur van de doop. Vanaf de vierde eeuw werden nieuwe lidmaten, catechumenen, in de paasnacht ondergedompeld in een bad in het voorportaal van de kerk, waarna zij, in witte klederen gehuld, de kerk werden binnen-geleid om voor het eerst aan de Eucharistie te mogen deelnemen. Tot dan toe waren zij alleen bij de Woorddienst aanwezig. De kleur wit is vooral ontleend aan teksten uit het boek Openbaring en is verbonden met de grote feesten van Pasen en Kerst. Dan gedenkt de kerk in het bijzonder de grote daden van de Almogende HEM..


Er zijn vier kleuren:

  • Wit is de kleur van reinheid en zuiverheid.
  • Paars is de kleur van boete, inkeer en rouw.
  • Rood is de kleur van vuur (Heilige Geest) en van het martelaarschap.
  • Groen is de kleur van hoop, verwachting en toekomst.

De ‘inkleuring’ van het kerkelijk jaar is als volgt:

Advent paars
Kerstavond t/m de zondag na epifanie (6 januari) wit
Zondagen na epifanie tot eerste zondag van de 40-dagen-tijd groen
Zondagen van de 40-dagen-tijd paars
Witte Donderdag wit
Goede Vrijdag paars (of rood)
Paasnacht t/m de zondag na hemelvaart wit
Pinksteren rood
Zondag trinitatis (drieëenheid) wit
Zondagen na trinitatis tot advent groen

In de tijden van inkeer, advent en 40-dagen-tijd zijn er twee uitzonderingen. Op de derde zondag van advent en de vierde zondag van de 40-dagen-tijd is de kleur roze. Dat is een mengvorm van wit en paars. In de duisternis breekt het licht al even door. De reden daarvan is tweeledig. Enerzijds wordt daarmee aangegeven dat de grote daden van de Heer vooropgaan en dat de lijdensaankondigingen van Jezus evenzeer als opstandingsaankondigingen gehoord moeten worden. Anderzijds voorkomt het een al te zeer onder de indruk raken van onze eigen ingetogenheid en/of een dubieuze lijdens-mystiek, die b.v. in sommige liedboekliederen doorklinkt.
De kleur rood komt weinig aan bod. Dat hangt samen met het feit dat het kerkelijk jaar een feestloze tijd kent, m.n. de zomer- en herfsttijd. Het is de vraag of dat goed is. Of het goed is dat de natuur de be-teken-is van het kerkelijk jaar mee bepaalt. Er zijn goede voorstellen gedaan om het kerkelijk jaar te verdelen in een paaskring, kerstkring en pinksterkring. Dan hoeft de kleur groen niet te verdwijnen, maar kan een andere betekenis krijgen dan de kleur voor de zondagen die niet wit, paars of rood zijn." (van R.J. Prent op http://www.handwegkerk.nl/content/view/37/9/  )

 

Toelichting bij de uitbeeldingen op de antependia (door mw Stokhof de Jong, die de kleden ontwierp).

Het kerkelijk jaar begint op de eerste adventszondag met de voorbereiding op het feest van de geboorte van Christus. De kleur van het kleed dat we gebruiken is dan paars of violet om ons er aan te herinneren dat we een periode in gaan van bezinning. Advent heeft vier zondagen. Op de derde gebruiken we de kleur rose. Deze kleur laat meer licht door en wekt daardoor een vreugdevolle verwachting. We noemen deze zondag "gaudete", in het Nederlands "verheugt u". De voorstelling op het kleed is een vis met het Christusmonogram ( chi-rho), dat u ook op de voorkant van het liedboek aantreft. De afbeelding van de vis werd reeds toegepast in de vroeg-christelijke tijd, getekend in de catacomben van Rome. Het Griekse woord voor vis is "ichthus" en de beginletters van de zin (in het Grieks) "Jezus Christus is de Gods-zoon, de Heiland" vormen samen dit woord. Het was voor die christenen tegelijkertijd een geloofsbelijdenis en een herkenningsteken.

We krijgen op de derde zondag van advent, zoals gezegd, de rose kleur te zien. Hetzelfde kleed passen we toe op de vierde zondag van de lijdenstijd, die de zondag "laetare" ofwel: "weest blij" genoemd wordt. Voor dit kleed is de granaatappel het symbool. De granaatappel, ook wel liefdesappel genoemd, komt oorspronkelijk, uit KleinAzië. De bloemen zijn rose en rood. De vruchten hebben een harde schil van buiten en zitten binnenin vol met fel rode besjes. De vele zaden duiden op vruchtbaarheid christelijke symboliek voor de kerk: innerlijke eenheid ondanks de talrijke zaden in de vrucht. In de middeleeuwen hadden kerkelijke en vorstelijke gewaden de granaatappel als een doorlopende, met gouddraad geweven versiering.

 

 

Op het feest van Christus' geboorte en de periode erna tot en met de eerste zondag na Driekoningen gebruiken we het witte kleed. De kleur wit wordt wel verbonden met waarheid, blijdschap, zuiverheid, geloof en goddelijke wijsheid. De voorstelling op het kleed is een gelijkzijdig kruis met vijf gouden stippen die ons herinneren aan de vijf wonden van Christus aan het kruis. De letters zijn de A en de O, de alfa en de omega. Ze zijn de eerste respectievelijk de laatste letter van het Griekse alfabet. De letters zijn genoemd in de Openbaring van Johannes: "Ik maak alles nieuw. Ik ben de Alfa en de Omega, de oorsprong en het einde". Ook op het feest van de opstanding van Christus, Pasen, gebruiken we het witte kleed, evenals op de zondagen tussen pasen en pinksteren.

 

 

Na de witte periode komt er een tijd waarin wij groen gebruiken. Dat is het geval in de tijd na Driekoningen tot aan de lijdenstijd (40-dagen tijd). Verder gebruiken we dit kleed in de periode na Pinksteren tot aan advent. Groen is de passieve, secundaire kleur. Het is een menging van geel en blauw, helder groen, enigszins afgestemd naar geel. Groen is het zinnebeeld van de stille hoop, die vooral gevestigd is op de opstanding van Christus. De voorstelling is de levensboom uit het boek van de schepping; het is het symbool van de onsterfelijkheid.

 

 

 

 

In de lijdenstijd is de kleur paars, violet of purper, de kleur van boete en droefheid. Echter niet van donkere hopeloosheid, maar van een zwart waar het licht doorheen breekt. Daarom wordt paars gebruikt zowel in de adventstijd als in de lijdenstijd en ook als rouwkleed: om te laten uitkomen dat voor ons Christenen door die rouw heen het eeuwige licht komt. De voorstelling is die van een pelikaan, die zijn jongen met zijn eigen bloed in leven houdt. Het symboliseert Christus, die aan het kruis zijn bloed voor mensen vergoot. Na de paastijd wordt het witte kleed tot aan Pinksteren gebruikt.

 

 

 

Met Pinksteren wordt het rode kleed gebruikt. Rood is de kleur van bloed en de gloed van het vuur. De voorstelling, een witte duif is het symbool van de heilige geest. De zeven tongen van vuur begeleiden de witte duif die tot mensen komt. Deze zeven tongen staan voor de wijsheid, inzicht, raad, sterkte, kennis, godsvrucht en de vreze des Heren.

terug